• Slideshow 1
  • Slideshow 2
  • Slideshow 3
  • Slideshow 4
  • Slideshow 5
  • Slideshow 6
  • Slideshow 7

Leerkrachten

Tegen pesten

Tegen pesten

Op onze school voeren we een actief beleid tegen pesten. Hoe we dat doen, leest u in het volgende stukje.

Elk schooljaar beginnen we met het werken aan een goede en veilige sfeer in iedere groep. We vinden vertrouwen in elkaar en in de leerkracht bevorderen van essentieel belang. Helaas zien ook wij dat ondanks het bevorderen van een goede sfeer en duidelijke regels en afspraken, pestgedrag de kop op kan steken. Signalen van pestgedrag kunnen zijn:

  • zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot.
  • briefjes doorgeven.
  • opmerkingen maken over kleding of het kapsel.
  • spullen afpakken.
  • slaan en duwen.
  • buiten sluiten.
  • een klasgenoot voortdurend de schuld geven.
  • vervelende berichtjes sturen via sociale media.
  • uitschelden en schreeuwen.
  • achterna lopen, buiten school opwachten.

De week tegen pesten in september helpt ons om het pesten bespreekbaar te maken met de kinderen. Natuurlijk moet dit niet beperkt blijven tot deze ene week. Elk schooljaar plannen we activiteiten met de hele school, waarbij omgaan met elkaar en de regels van de school centraal staan.

Als leerkracht hoop je dat kinderen genoeg vertrouwen in je hebben om te vertellen wat er mis gaat. Een gesprekje met de leerkracht is de eerste stap om te komen tot een oplossing. Maar wij hopen dat ook  ouders alert zijn op pestgedrag. Zowel de ouders van een pester, als de ouder van een gepeste kind. Ook als u signalen krijgt van andere kinderen is het fijn als u dit meldt. De oplossing is niet altijd simpel, ook omdat het vaak buiten de school plaatsvindt, daarom moeten we dit samen aanpakken: school en ouders.

Op de Kinderboom werken we met een veiligheidsplan. Een onderdeel daarvan is het pestprotocol. We hebben daarbij duidelijke stappen afgesproken wanneer er pestgedrag wordt gesignaleerd. Duidelijkheid voor kinderen, leerkracht en ouders helpt.

In ons veiligheidsplan is ook opgenomen dat onze school een vertrouwenspersoon heeft aangesteld.

Een vertrouwenspersoon is iemand die verbonden is met school en bij wie de kinderen en ouders met vertrouwelijke zaken en persoonlijke problemen met betrekking tot schoolse zaken terecht kunnen. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met seksuele intimidatie of pesten.

Bij ons op school is dit juffrouw Jacqueline. Bij de kinderen ook bekend als de anti-pest juf. In de week tegen pesten gaat zij weer langs groep 3 t/m 8 om dit te bespreken. Wederzijds vertrouwen staat centraal tijdens de Week Tegen Pesten. Het team van de Kinderboom sluit daar graag bij aan.

Leren in de 21e eeuw

Er is op dit moment in de media aandacht voor het onderwijs van de toekomst. De discussie richt zich onder meer op de vraag welke kennis en vaardigheden van belang zijn om leerlingen voor te bereiden op een snel veranderende maatschappij. Veel van deze vaardigheden worden samengevat onder de noemer 21e eeuwse vaardigheden. Over het belang van verandering lijkt brede overstemming te bestaan, want:

• hersenonderzoek leidt tot nieuwe manieren van lesgeven. We weten steeds meer over hoe mensen leren.
• kinderen leren ook buiten school. Kennis is de hele dag eenvoudig beschikbaar met computers, tablets en smartphones.
• kennis veroudert snel, de hoeveelheid informatie neemt toe en communicatie met digitale hulpmiddelen wordt steeds belangrijker.
• de wereld wordt complexer. Om de ‘wereldproblemen’ op te lossen is goede samenwerking noodzakelijk.

 

Er is behoefte aan een vorm van leren, waarbij kinderen niet langer worden voorbereid op een maatschappij die niet meer bestaat, maar op het functioneren in de samenleving van de 21e eeuw. Op scholen zal daarom de komende tijd meer aandacht komen voor: 

• kennis over de wereld en de samenhang van problematiek.
• kunnen samenwerken bij het oplossen van problemen.
• kwaliteit van communicatie, creatief denken en verbanden leggen.
• voortdurende ontwikkeling en een leven lang leren.


Het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO) heeft de overheid geadviseerd om leerlingen goed voor te bereiden op de samenleving van de toekomst en de 21e eeuwse vaardigheden een plek te geven in het onderwijs. Deze zijn: 

• Kritisch denken21e_eeuwse_vaardigheden_b_f1eb46fa7d.jpg• Creatief denken
• Probleem oplossen
• Computational thinking
• Informatie vaardigheden
• ICT-basisvaardigheden
• Mediawijsheid
• Communiceren
• Samenwerken
• Sociale en culturele vaardigheden (burgerschap)
• Zelfregulering

Het is belangrijk om leerlingen bewust te maken van de manier waarop ze leren en hoe ze informatie verwerken tot kennis. Het helpt om een nieuwsgierige houding te stimuleren en in te spelen op de motivatie om te leren. De ontwikkeling van 21e eeuwse vaardigheden kan bevorderd worden via levensecht en betekenisvol onderwijs. Bijvoorbeeld door vakken te integreren in brede leergebieden.

Op de Kinderboom werken we hier onder anderen aan bij de planbordactiviteiten (groep 1 t/m 8) en themawerk (groep 6,7,8). Werkvormen die we stap-voor-stap vormgeven en uitbreiden.

Hoe maken wij onderwijs passend?

Op onze school geven we kinderen de zorg die nodig is. Dat is geen gemakkelijke zaak, want elk kind is anders, elke leerkracht is anders en elk ouderpaar is anders. In de samenwerking tussen ouders en leerkracht en (mogelijk) in overleg met het kind bepalen we wat er nodig is om het kind te ondersteunen bij zijn of haar ontwikkeling.

Een voorbeeld van de betrokkenheid van de 3 partijen: Een kind met een rekenprobleem krijgt extra instructie van de leerkracht, werkt tijdens zelfstandig werk ijverig aan extra rekenwerk op niveau en oefent thuis met vader aan ‘snelle sommen onder de twintig’.

Ons uitgangspunt daarbij is niet ‘alle zorg eerlijk verdelen over alle kinderen’ , maar  ‘Wat heeft dit kind nodig en hoe kunnen we dat organiseren?’. Het startpunt zijn de onderwijsbehoeften van een kind. Om verder te komen wordt er inzet van het kind en ondersteuning van ouders en leerkracht verwacht op onze school.

Een voorbeeld van hoe het werkt: Ouders maken zich zorgen over het gedrag van hun kind. Het slaapt slecht en wil niet graag naar school. Ouders denken dat hun kind wordt overvraagd. Zij bespreken dit met de leerkracht. Er wordt een gesprek gepland, waarin de onderwijsbehoeften worden besproken. Het kind heeft behoefte aan leerstof van een lager niveau, een maatje dat helpt bij lezen en het lezen van de geschiedenisles met papa of mama. De leerkracht zorgt voor de leerstof en organiseert een maatje, de ouders helpen met het huiswerk.

Op het moment dat het in de samenwerking tussen leerkracht, kind en ouders niet lukt om ‘stappen vooruit te zetten in de ontwikkeling’ komen de gespecialiseerde zorgverleners in beeld. Dat zijn juffrouw Carine voor hoogbegaafdheid, juffrouw Helma voor pedagogische ondersteuning (omgaan met anderen, omgaan met regels, werkorganisatie enz.) en juffrouw Stèphie voor de contacten met externe experts (psycholoog, pedagoog, logopedist enz.) en organisatorische ondersteuning (planning, afstemming alle partijen). Beslissingen over waar gespecialiseerde zorg wordt ingezet, worden genomen in overleg met alle betrokken partijen. Juffrouw Stèphie coördineert dat overleg.

Een voorbeeld van gespecialiseerde hulp: Een kind dat moeite heeft met samenwerken doet erg zijn best dat te leren in een groepje bij juffrouw Helma, krijgt in de klas samenwerkings-opdrachten van de leerkracht en wordt door zijn ouders gestimuleerd om af te spreken met vriendjes.

Hoe bieden wij zorg op maat ofwel passend onderwijs?

Vaak is er sprake van extra hulp in de klas, soms wordt een kind begeleid buiten de klas. We maken de keuzes altijd op basis van argumenten. Goede argumenten vinden wij: de verwachting dat een kind buiten de klas beter leert, de rust en veiligheid voor de andere kinderen in klas en de taakverlichting van de leerkracht. Buiten de klas werken is altijd van tijdelijke aard; we zijn geen school voor individueel onderwijs, wij werken klassikaal. U kunt erop vertrouwen dat we deze afwegingen telkens opnieuw en zorgvuldig maken.

Een aantal voorbeelden van werken buiten de klas: Een kind heeft elke dag 5 minuten begeleiding nodig om de dag goed te kunnen beginnen, dan kan het de rest van de dag gewoon mee doen met de klas. Een kind heeft 1 keer per week 30 minuten extra instructie nodig voor lezen, dan kan het de rest van de week zelfstandig oefenen in de klas. Een kind heeft zich zo opgewonden bij een ruzie, dat het een uurtje buiten de klas moet werken om weer rustig te worden. Dit is een goede keus, omdat de rest van de klas zo ook beter kan werken.

Zoals U leest, vinden wij de samenwerking van alle partijen erg belangrijk. Maakt U zich zorgen over de ontwikkeling van uw kind(eren)? Maak dan een afspraak met de leerkracht of met de intern begeleider: juffrouw Stèphie.

Plusklas

Kinderen met hoge intellectuele vermogens (IQ) zijn de laatste tijd veel in het nieuws. Op onze school hebben we tijd gereserveerd om met deze kinderen te werken. We vinden het belangrijk dat de kinderen naast de leerstof van de jaargroep werken aan extra uitdagende taken. Dat gebeurt ìn de klas met lesopdrachten op niveau en buiten de klas in de plusklas. Belangrijke onderwerpen waaraan gewerkt wordt zijn: nadenken over de eigen leerhouding, leren leren en gebruiken van intelligentie in combinatie met creativiteit. De plusklas komt elke week één uur bij elkaar en wordt begeleid door juffrouw Patty.

Begaafde kinderen hebben over het algemeen, naast intellectuele uitdaging, ook behoefte aan ''Leren leren". Soms blijkt dat ze niet goed kunnen leren wanneer ze de overstap maken naar het voortgezet onderwijs. In het algemeen wordt aangenomen, dat deze kinderen ''leerlui'' worden op de basisschool. Het leren geeft hen op geen enkele manier problemen. Ze kunnen het aanbod gemakkelijk aan en hoeven er ''niets voor te doen''. Het gevolg is, dat wanneer ze aan het werk moeten (bijv. woordjes leren, topografie of inzicht verwerven in een vakgebied dat verplicht is maar niet de interesse heeft) dat niet gebeurt. Het zoeken naar oplossingen wanneer iets moeilijk is, is dan onvoldoende ontwikkeld. Het gevolg kan een schoolcarrière zijn, die begint met VWO en na veel overstappen eindigt op het VMBO. Kortom (meer)begaafden moeten leren om moeilijke problemen aan te pakken, op te lossen en niet te ontwijken! Momenteel wordt in veel literatuur van experts geadviseerd om begaafde kinderen mee te laten doen met nieuwe instructies, maar herhaling van stof te beperken en aanvullende uitdagende stof aan te bieden. 

Het doel is om extra uitdaging te bieden door een aanbod van gevarieerde projecten, waarbij meerdere doelen nagestreefd worden, bijv. inhoudelijke verdieping, samenwerken en presenteren. Er zijn plusgroepen voor kinderen vanaf groep 5. Daarnaast maken we gebruik van de methode "Levelwerk" speciaal voor kinderen die meer aankunnen. Hiermee wordt gewerkt in de klas op door de leerkracht aangegeven tijdstippen. We streven ernaar met groepjes aan de slag te gaan met dit werk, omdat de kinderen van elkaar kunnen leren. Een belangrijk doel van Levelwerk is leren om te leren (bijv. plannen, samenwerken enz.). 

De plusgroepen en het gebruik van Levelwerk zijn stappen in een proces naar beter passend onderwijs voor alle leerlingen. Niet alleen meerbegaafden kunnen hiervan profiteren, maar ook kinderen '' in het grensgebied'' (bijv. een kind dat uitzonderlijk goed is in 1 vakgebied zoals rekenen). Vaststellen van een IQ blijft nuttig, maar het hanteren van een al te strakke grens is niet nodig. We streven op de Kinderboom naar een aanbod in en buiten de klas, waarmee we zoveel mogelijk kinderen in hun ontwikkeling kunnen stimuleren.

Ook op Leerrijk!-niveau is nagedacht over onderwijs aan “kinderen die meer aankunnen”. Sinds enkele jaren is er een bovenschoolse plusklas (twee halve dagen per week) voor kinderen van Leerrijk!-scholen op twee locaties; een in Waalwijk en een in Loon op Zand. De locatie Loon op Zand is gevestigd in onze school. Juffrouw Patty en juffrouw Stèphie nemen deel aan de werkgroep Hoogbegaafdheid in Leerrijk!.

Positief opvoeden

Zelftest voor ouders:

1. Ik vind het gemakkelijk om consequent te zijn in de opvoeding. Eens / Oneens
2. Van het opvoeden van mijn kind(eren) heb ik geen stress. Eens / Oneens
3. Mijn kind luistert nadat ik één keer een waarschuwing heb gegeven. Eens / Oneens
4. Ik geef mijn kind(eren) dagelijks minimaal één compliment. Eens / Oneens
5. Ik krijg energie van het opvoeden van mijn kinderen.  Eens / Oneens

Voor het aanleren van sociale vaardigheden en ook om moeilijkheden en tegenslag te leren overwinnen hebben kinderen op een positieve manier ondersteuning nodig van volwassenen. Om zich te kunnen ontwikkelen tot zelfredzame en veerkrachtige volwassenen, hebben ze een veilige beschermde omgeving nodig die afgestemd is op de leeftijd.  Alleen dan kunnen ze ongestoord spelen en hoeft een volwassene weinig te verbieden.

Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich in een eigen tempo en opvoeden leert iedereen met vallen en opstaan. Binnenkort wordt er een praatgroep voor ouders georganiseerd in Kaatsheuvel; triple P genaamd. Triple P is een van origine Australisch programma. De drie P’s staan voor Positief  Pedagogisch Programma. Ouders gaan met elkaar in gesprek over hoe het beter lukt om geduldig, consequent en beschikbaar te zijn voor hun kinderen. 

De inhoud van het programma is:

  • Kinderen een veilige en stimulerende omgeving bieden
  • Kinderen laten leren door complimenten en aanmoediging
  • Bij de leeftijd passende regels en reacties op ongewenst gedrag.
  • Verwachtingen hebben die bij je kind passen
  • Goed voor jezelf als ouder zorgen

Belangstelling?
Voor informatie en deelname kunt U:

  • bellen met 073-6444244 Farent en vragen naar Suzan Mutsaers (Schoolmaatschappelijk werk)
  • dinsdag of donderdag contact opnemen met de intern begeleider van de Kinderboom: Stèphie van der Loo.

 

Zien! op school

 

 Aaltje is een meisje dat rustig en stil haar gang gaat. Ze valt niet zo op. Sanne doet goed mee met de lessen en kan goed doorwerken. Ze laat zich niet zomaar afleiden. In de groep heeft ze niet veel contacten. Daar lijkt ze tevreden mee. Op het oog een lief meisje dat zich rustig een weg baant in de groep. Of zou ze toch wel wat extra ondersteuning kunnen gebruiken in het omgaan met leeftijdgenoten en met zichzelf?

Anton is een populaire jongen. Hij maakt gemakkelijk contact en is populair bij de kinderen in de groep. Hij heeft veel leuke ideeën. Anton vindt het wel lastig om samen te werken. Hij wil graag zijn eigen plan uitvoeren en heeft niet altijd zin in de plannen van een ander. Er kunnen conflicten ontstaan, omdat Anton het wel eens lastig vindt om zich te beheersen. Ruzies zijn ook weer snel opgelost, want Anton vindt het vervelend als hij ruzie heeft.

Goed kijken met ZIEN!

Twee kinderen in groep 4. De één vraagt weinig aandacht, de ander vraagt meer aandacht. Gaat het goed met hen? Hebben ze misschien extra ondersteuning nodig of ontwikkelen ze zich goed genoeg met de begeleiding die wordt geboden? Hun leerkracht kan deze vragen hebben over het functioneren van een kind. Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand. Een rustig meisje dat goed meekomt in de groep en een leuke jongen die veel vrienden heeft en daar ook wel eens ruzie mee maakt. Toch is het voor deze kinderen wel goed als de leerkracht eens verder kijkt. Dat kan met ZIEN!.

ZIEN! is een digitaal hulpmiddel dat op de Kinderboom gebruikt wordt door de leerkrachten. Aan de hand van een vragenlijst kan de leerkracht het sociale en emotionele functioneren van een kind in kaart brengen. Na het invullen komen er suggesties voor de leerkracht hoe hij/zij de groep of een kind extra ondersteuning kan geven.

Betrokkenheid en welbevinden en sociale vaardigheden.

ZIEN! stelt de leerkracht vragen over betrokkenheid bij de leerstof en welbevinden op school.

Bij Betrokkenheid gaat het om de gerichtheid om een taak. Concentratie op het werk is duidelijk te zien in de klas. Het kind laat zich niet zomaar afleiden, ook al is er bijvoorbeeld drukte van andere kinderen om hem heen.

Bij Welbevinden betekent het ‘zich thuis voelen’ en ‘zichzelf kunnen zijn’. Het kind toont dan een vrolijke en levenslustige indruk.

 Betrokkenheid en welbevinden worden als voorwaarde gezien om te kunnen ontwikkelen. Als je niet lekker in je vel zit, bijvoorbeeld omdat je vaak hoofdpijn hebt of omdat je thuis met verdrietige dingen te maken hebt, dan lukt het niet zo goed om te leren of om met andere kinderen om te gaan. Het is dan belangrijk dat de leerkracht samen met het kind en de ouders bekijkt wat er gedaan kan worden om de betrokkenheid en het welbevinden te verbeteren.

En natuurlijk is er ook een belangrijke rol voor de ouders weggelegd bij het sociale en emotionele functioneren van hun kind. Bij samenwerking tussen ouders en leerkracht maakt een kind grote sprongen in zijn/haar ontwikkeling.

ZIEN! ondersteunt de leerkracht

De leerkracht heeft met ZIEN! een middel in handen dat helpt om de signalen die kinderen afgeven op te vangen. Hierdoor is hij/zij in staat de kinderen in de groep beter te begrijpen. Doordat het systeem de leerkracht ook suggesties geeft voor ondersteuning, kan de leerkracht de groep, een groepje kinderen of een kind een stapje verder helpen in de ontwikkeling.

Wilt u meer weten over ZIEN!? Neemt u dan eens een kijkje op www.zienvooronderwijs.nl.

Zelfstandigheid

Tijdens de 10-minutengesprekken over de rapporten is er met U misschien gesproken over de zelfstandigheid van uw kind. Maar waarom vinden leraren op de Kinderboom zelfstandigheid belangrijk? En waarvoor is het nodig dat kinderen zelfstandig worden? Daarover gaat het volgende stukje.

Het begrip zelfstandigheid staat voor ‘op jezelf staan’ of ‘jezelf staande houden’. Het is belangrijk dat kinderen dit leren om zich te kunnen redden op een school voor voortgezet onderwijs en later in hun volwassen leven in de samenleving.

Waar we naartoe willen ligt daarmee vast. De weg er naar toe is veel minder duidelijk. Wat kunnen kinderen van een bepaalde leeftijd al zelfstandig? Wat mogen we verwachten? Hoe kunnen we zelfstandigheid stimuleren? Wat is de volgende stap? Allemaal vragen die we alleen kunnen beantwoorden door te kijken naar elk individueel kind en als volwassenen op het juiste moment het juiste duwtje in de goede richting te geven.

Zelfstandig worden is niet gemakkelijk en gaat niet vanzelf, omdat er veel aspecten een rol spelen bij het ontwikkelen ervan. Denk daarbij aan zelfvertrouwen hebben, gemotiveerd zijn, nieuwe dingen durven proberen, intelligentie, behoefte aan steun, omgaan met regels en eerdere ervaringen.

Het blijkt belangrijk om kinderen, naarmate ze ouder worden, steeds meer te betrekken bij de keuzes over hun eigen leven. Daarmee leren ze hun eigen doelen stellen, daar vorm en inhoud aan geven en neemt de zelfstandigheid bij het verrichten van werk toe. Om het te stimuleren is het soms nood-zakelijk dat volwassenen eisen stellen aan kinderen. ‘Je kunt het, dus ik verwacht dat je het doet’.

Kinderen leren door (uit)proberen en observeren. De volgende vragen kunnen hen helpen om op het goede spoor te komen. Hoe heb je het aangepakt? Hoe is het gegaan? Wat kun je daarvan leren voor de volgende keer? Wat laten anderen zien in vergelijking met jou? Wat kun je van hen leren?


Doordat leraren in gesprek gaan met ouders over de zelfstandigheid van hun kind krijgen ze aanwijzingen over wat de volgende stap kan zijn. Bovendien vinden we het belangrijk voor een kind dat ouders en leerkrachten hetzelfde doel nastreven. Dat is duidelijk en gemakkelijk voor een kind en blijkt te leiden tot de beste resultaten, namelijk vooruitgang in zelfstandigheid.

Leren door ervaring

Kinderen leren het meest van ervaringen. Dit leren gebeurt op een natuurlijke manier; zonder de invloed van iemand anders. Misschien herinnert u zich nog dat u als kind iets belangrijks vergat mee te nemen. Na deze ervaring was u waarschijnlijk extra alert op het meenemen van de spullen in de tijd daarna. U had geleerd door de vervelende ervaring! Gun uw kind dit soort ervaringen ook!
Als een kind van ongeveer 10 jaar bijvoorbeeld zijn fiets buiten laat staan, deze vervolgens nat regent of zelfs gestolen wordt is dat bijzonder effectief voor zijn/haar leerproces. Het heeft meer effect dan een waarschuwende ouder die de fiets opruimt en het kind daarna een lesje geeft over het opruimen van spullen.
Het kind leert van de natuurlijke consequenties. Een van de moeilijkste dingen van het opvoeden is het toelaten van natuurlijke consequenties. Soms moet de ouder zich   onthouden van preken en lesjes geven, maar zich terugtrekken en het kind toestaan fouten te maken, gekwetst te raken of iets te verliezen.
Dat valt niet altijd mee. En er zijn momenten dat je je kind moet redden, maar reddingsacties stellen het kind niet in de gelegenheid natuurlijke consequenties te ervaren en er van te leren.
Maak als ouder een bewuste keuze tussen natuurlijke consequenties laten ervaren en redden om grote problemen te voorkomen.
Dus de volgende keer als uw kind zijn huiswerk of lunch of pauzehapje of gymspullen vergeet, ga hem of haar niet “redden”, maar laat hem of haar de consequenties ervaren.
Leerzame ervaringen helpen kinderen bij het opgroeien.

Samenwerken met andere organisaties

Farent
Op onze school wordt samengewerkt met externe deskundigen. Regelmatig wordt een groep georganiseerd voor kinderen van gescheiden ouders. Het KIES (Kinderen In Echtscheiding Situaties) – programma werd verzorgd de schoolmaatschappelijk werkster van Farent Kaatsheuvel.

Regelmatig besteden we aandacht aan mediawijsheid. Het omgaan met social media (Twitter, Facebook enz.) komt daarbij aan de orde. Ook deze lessenreeks wordt verzorgd door Farent.

GGD
Ongeveer acht keer per jaar houdt een sociaal verpleegkundige van de GGD een inloopspreekuur op onze school. Ouders kunnen daar terecht voor vragen over opvoeding en gezondheid van hun kinderen. De data en de tijden kunt U vinden in de Nieuwsbrief van de school. 

De school doet mee aan de gezondheidsprojecten van de GGD. In de afgelopen tijd zijn Alcohol en drugs, Seksualiteit en het thema Gezondheid en beweging aan de orde geweest.

Indigo

In de afgelopen periode werkte er een groep kinderen met het Vrienden-programma. Dit werd verzorgd door GGZ – Indigo.  De kinderen hebben geleerd hoe ze beter om kunnen gaan met (faal)angst dankzij een stappenplan. Hierover hebben we complimenten van ouders ontvangen en deelnemende kinderen zeggen dat ze ‘een stap verder’ zijn gekomen. Het is een succes geworden.

De belangrijkste reden om dit soort dingen  mogelijk te maken bij ons op school is het welbevinden van kinderenKinderen die lekker in hun vel zitten  ontwikkelen zich beter en leveren betere prestaties op school. Ons uitgangspunt is dat kinderen veel van elkaar kunnen leren (Juist ook in lastige situaties !) en elkaar kunnen helpen. Het herkennen van dezelfde soort problemen bij anderen, helpt kinderen bij het nadenken over hun eigen situatie.


Het werken met experts van buiten de school, blijkt een goede keuze. Doordat we in gesprek gaan met deskundigen, neemt onze eigen kennis over belangrijke onderwerpen toe. Ons team was blij verrast over de grote betrokkenheid van ouders bij de programma’s. De ouderbijeenkomsten werden door bijna alle ouders van betrokken kinderen bezocht. Het geeft ons de bevestiging, dat we op de goede weg zijn. U kunt erop vertrouwen dat we blijven zoeken naar nieuwe manieren om voor alle kinderen een fijne basisschooltijd mogelijk te maken!